Tuindieren voor dieren: Zoogdieren

terug

Konijn
Oryctolagus cuniculus

Wanneer
Konijnen zijn het hele jaar te zien. De paartijd is van januari tot augustus. Spreekwoordelijk is de voortplanting: er zijn 3 tot 7 jongen per worp en er zijn circa 3 worpen per jaar.

Herkenning
Het konijn is door zijn lange oren en meestal bruine grondkleur alleen te verwarren met de haas. Deze is echter groter, heeft langere poten en heeft nog langere, lichter gekleurde oren met een duidelijke zwarte punt.

Leefgebied
Konijnen komen alleen voor waar ze holen kunnen graven. Dit zijn zandige gebieden. Deze holen worden jarenlang achtereen bewoond door ongeveer 10 individuen. Hazen leven meer in weilanden en graven niet.

Voedsel
Konijnen eten gras, kruiden en bast van bomen. Zij horen tot de zogenaamde selectieve grazers. Dit wil zeggen dat ze dan hier, dan daar wat afknabbelen. Hierdoor spelen zij een belangrijke rol bij de instandhouding van een gevarieerde vegetatie, bijvoorbeeld in natuurgebieden. Als u liever geen gevarieerde vegetatie in de tuin heeft, zijn konijnen alleen te weren door gaas tot een halve meter diep in te graven.

Opmerkingen
Konijnen maken overdag uitwerpselen die weer opgegeten worden. Hierdoor komen ze aan het noodzakelijke vitamine B12. Alleen 's nachts worden de bekende konijnenkeutels uitgepoept.