Tuindieren voor dieren: Slakken en Wormen

terug

Indeling van de slakken
De levenscyclus van slakken
De levenswijze van slakken
Slakkenbestrijding
De wetenschappelijke indeling van wormen
De voortplanting van regenwormen
Waarom zijn regenwormen nuttig?
Soorten

De levenswijze van slakken
Slakken houden van een vochtige omgeving. Ze hebben een vochtige huid die snel uit kan drogen. Ze bewegen zich voort door vocht uit te scheiden. Daarom zijn ze vooral 's nachts actief. Overdag zijn ze in de strooisellaag, onder stenen, houtblokken of andere koele, beschaduwde plaatsen te vinden.

Tijdens aanhoudende droogte trekken huisjesslakken zich terug in hun schelp. Nadat deze is afgesloten met een speciale dichtlaag, verdampt de slak bijna geen water meer. Er kan echter nog wel wat lucht naar binnen. Ze zitten dan vaak vast op boomstammen, muren of takken van kruiden of struiken. Zij kunnen deze rusttoestand maanden vol houden.

Naaktslakken hebben geen huisje. Dit lijkt een nadeel. Maar zij hebben geen kalk nodig om een huisje te maken. Daardoor kunnen ze ook op wat zuurdere gronden voorkomen. Tijdens aanhoudende droogte trekken zij zich diep in de bodem terug.

Vrijwel alle slakken leven van rottende planten, paddestoelen of algen. Levende planten worden minder vaak gegeten. Ze zijn nooit op een bepaalde voedselplant gespecialiseerd. Met een speciale rasptong schraapt de slak het voedsel van stenen of planten. Deze rasptong slijt, maar groeit tijdens het eten steeds weer aan.

Slakken worden door veel dieren gegeten. Ze zijn het hoofdmenu van de Zanglijster en andere vogels. Sommige kevers, (spits)muizen en egels eten veel slakken. Ook de Pad versmaad ze niet.